Peru en geschiedenis – pre-inca | inca | Pizarro | onafhankelijkheid

Peru, geschiedenis. Dat zijn twee begrippen die onlosmakelijk met elkaar te maken hebben. Waarschijnlijk wil je door de geschiedenis van Peru op reis naar dit mooie land. Voordat je tot dat plan kwam heb je ongetwijfeld over de inca’s gehoord. Maar naast het inca tijdperk is er meer.

De onderverdeling van de Peru geschiedenis

Op zich is er een zeer goede onderverdeling te maken van de geschiedenis van Peru. Zoals gezegd kent iedereen het inca tijdperk. Dit is dan ook een baken in de historie van dit mooie land. Dit tijdperk duurt ongeveer van 1100 tot en met 1532, beide na Christus.

Alles voor het inca tijdperk word pre-inca genoemd. Natuurlijk zijn er wel verschillende perioden met verschillende stammen of volken.

In 1532 veroverden de Spanjaarden het incarijk. Dit is een duidelijk eindpunt van het incarijk en is het beginpunt van de derde periode van de geschiedenis van Peru, de Spaanse overheersing.

In het begin van de 19e eeuw begon de laatste en vierde periode. In deze periode valt de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Spanjaarden en is het land gegroeid tot wat het nu is.

De geschiedenis is daarom niet echt in het kort te beschrijven. Er is veel gebeurd in het land. Maar voor je reis door Peru is het toch zeker leuk om veel over de Peru geschiedenis te weten.

Het pre-inca tijdperk in de Peru geschiedenis

De eerste mensen

Er is een discussie over wanneer de eerste mensen gingen leven in Peru. Sommige wetenschappers denken dat er zo’n 14000 jaar voor Christus al mensen leefden in Peru. Dit komt omdat ze een aantal voorwerpen hebben gevonden in de grotten van Ayacucho. Deze voorwerpen zijn gekoolstofdateerd met als resultaat dat de voorwerpen zo’n 16000 jaar oud zijn.

Ondanks de discussie weten de archeologen zeker dat er rond 8000 voor Christus in de grotten van Lauricocha en Toquepala mensen leefden. Deze laatste grotten zijn in het zuiden van het huidige Peru. In de grotten zijn tekeningen gevonden op de wanden. De taferelen die waren getekend waren afbeeldingen van de jacht. Destijds waren de mensen dus jagers.

Van jager tot boer

Het duurde nog een hele tijd dat de mensen in Peru jagers bleven. Ongeveer rond 4000 voor Christus leerden ze zich om lama’s, alpaca’s en cavia’s te houden. De lama’s werden vooral gehouden als lastdieren. Ook hadden ze nu wol van de lama’s en alpaca’s. Daarnaast werden de cavia’s gegeten.

In dezelfde tijd leerden ze planten te verbouwen met zaden en knollen. Voorbeelden hiervan zijn aardappels, lucuma en katoen.

Ze veranderen dus van jagers naar boeren met vaste nederzettingen. Omdat ze een vaste verblijfplaats hadden konden er nu ook stammen ontstaan. De stammen zijn de voorlopers van de pre-inca culturen.

Verschillende pre-inca culturen

De stammen waren nog niet echt groot. Ze hadden dus de ruimte. Op verschillende plaatsen in Peru waren op dat moment in de geschiedenis verschillende culturen. Zo is er de Chavin cultuur. Door de landbouwtechnieken te verbeteren werden de nederzettingen groter. De Chavin cultuur was voornamelijk in de periode van 1000 voor Christus tot en met 300 voor Christus. De Chavin cultuur staat bekend om het weven en het pottenbakken.

Een pre-inca cultuur die niet mag ontbreken in de Peru geschiedenis is natuurlijk de Nazca cultuur. Deze cultuur was aanwezig van 200 voor Christus tot zo’n 600 na Christus. Je kent natuurlijk Nazca van de Nazca lijnen.

Nazca lijnen zijn onderdeel van de Peru geschiedenis

In de woestijn van Nazca heeft deze cultuur hun sporen letterlijk achtergelaten. Ze hebben door het verplaatsen van de zwarte stenen extreem grote figuren gemaakt, zoals een spin en een aap. Naast de Nazca lijnen kan van deze cultuur de mummies worden bezocht op de Chauchilla begraafplaats. Er is dus genoeg te doen rondom de stad Nazca.

Dan is er nog de laatste grote cultuur voordat de inca’s kwamen. Deze cultuur was de Wari cultuur. Deze cultuur begon zich te ontwikkelen vanaf 600 na Christus. De wari’s waren vooral veroveraars. Ze zorgden dat hun grondgebied groeide door gebieden van andere culturen te veroveren. Uiteindelijk hadden ze een territorium van Chiclayo tot Cuzco.

Bij hun veroveringen dwongen ze de verslagen culturen om de technologieën van de Wari cultuur over te nemen. Ze hebben dan ook een grote invloed op de kunstwerken van deze periode. De periode duurde tot ca. 1100 na Christus.

De tijd van de inca’s

Inca’s niet alleen

De inca’s waren niet de enige cultuur die rond 1100 begonnen op te bloeien. Zo was er de Chimú cultuur. De Chimú cultuur leefde rondom het huidige Trujillo. Hun hoofdstad was Chan Chan. Deze stad is nog steeds te bezoeken en zeker de moeite waard. Vooral als je weet dat het de grootste stad is die van klei is gemaakt. Bij de meeste oude steden werd namelijk al snel gebruik gemaakt van steen. Het belangrijkste bouwmateriaal bij deze stad was dus klei.

Gerelateerd aan de Chimú is de Sicán cultuur. Deze cultuur is niet zo bekend, maar hebben wel iets belangrijks nagelaten wat je misschien wel zal herkennen.

Tumi is een mes van de Sicán cultuur

De Sicán cultuur is namelijk verantwoordelijk voor de tumi. Zij waren specialisten in metaalbewerking. Tegenwoordig is de tumi één van de nationale symbolen van Peru.

Ontstaan van de inca’s

De inca’s waren in het begin dus niet alleen. Er waren ook andere culturen. De inca’s hebben hun eigen verhaal over hoe hun cultuur is ontstaan. Manco Cápa wordt gezien als de voorvader van alle inca’s.

Manco Capac, voorvader van de inca's in de Peru geschiedenis

Volgens het verhaal zouden hij en zijn zus Mama Ocllo zijn opgerezen uit het Titicaca meer om een beschaving te bouwen in de vallei nabij Cuzco, die nu de heilige vallei wordt genoemd.

Of het echt waar is valt te betwijfelen, maar het is en blijft een leuk verhaal. Volgens archeologen is het wel duidelijk dat de inca’s zich in de 12e eeuw hadden gevestigd nabij het huidige Cusco. Het was destijds nog een kleine cultuur.

De cultuur stond onder leiding van een koning. De koning werd door de bevolking inca genoemd. Daar komt dus ook de naam van deze cultuur vandaan. De eerste koningen waren alleen aan het overleven en beheren van hun cultuur.

Expansiedrift inca’s

Dit duurde tot Mayta Cápac koning werd. Dit was in de 14e eeuw. Inmiddels bestond de cultuur al zo’n 200 jaar. Mayta Cápac was de eerste incakoning, die nabijgelegen nederzettingen veroverde. Hij zorgde ervoor dat de verslagen bevolking hem ging dienen. De was de eerste stap van de expansie van het incarijk.

De inca’s werden zelf ook aangevallen. Bekend is dat de negende koning van de inca’s, Inca Yupanqui, Cusco in 1438 succesvol heeft verdedigd tegen de Chanka cultuur uit het noorden. Dit vond hij zo bijzonder dat hij zich hierna Pachacutec noemde. Pachacutec betekent ‘Veranderaar van de aarde’.

Nu is het de vraag of hij de aarde verandert heeft. Maar hij heeft zeker de geschiedenis van Peru beïnvloedt en hij heeft zeker ook het incarijk, zoals het was, verandert. Na de verdediging van Cusco in 1438 richtte hij zich op de uitbreiding van het grondgebied van de inca’s. Hij zorgde ervoor dat het incarijk zich uitbreidde over bijna het gehele huidige Peru en delen van Ecuador, Bolivia en Chili. In dit incarijk woonden destijds zo’n 10 miljoen mensen. Dat was enorm voor die tijd.

Daarnaast is Pachacutec verantwoordelijk voor de bouw van vele nu bekende bouwwerken. Elke keer wanneer hij een veldslag had gewonnen liet hij iets nieuws bouwen. Zo heeft hij Sacsaywamán laten bouwen.

Sacsaywamán een historisch gebouw in Peru uit de 15e eeuw

Ook voor de bouw van Ollantaytambo is hij verantwoordelijk. En er zijn discussies van archeologen over zijn betrokkenheid bij de bouw van Machu Picchu. In ieder geval was hij druk bezig.

Om controle te houden over het grote incarijk heeft hij een enorm netwerk van wegen aan laten leggen. Ook moest er voldoende voedsel voor de bevolking zijn. Daarom werden er veel terrassen aangelegd voor het verbouwen van gewassen. Bovendien vond hij dat er maar één taal in zijn rijk moest worden gesproken. Dit was Quechua.

Pachacutec werd opgevolgd door zijn zoon Túpac Yupanqui. Hij breidde het gebied uit richting het noorden. Túpac Yupanqui is de stichter van de stad Tumipampa. Deze stad ligt in het huidige Ecuador en wordt nu Cuenca genoemd.

Daarna volgde de zoon van Túpac Yupanqui hem op. Dit was Huayna Cápac. Hij trad aan in 1493. En breidde het gebied uit tot aan de huidige grens van Colombia. Hij verbleef ook meer in Ecuador dan in Cusco. In 1525 overleed hij door iets wat de Spanjaarden hadden meegebracht naar het Zuid-Amerikaanse continent. Hij kreeg namelijk de ziekte, pokken.

Op zijn vroege dood waren de inca’s niet voorbereid. Twee van de vele kinderen van Huayna Cápac vochten om de troonopvolging. Dit waren Atahualpa, die geboren was in Quito, en Huáscar. Huáscar had zijn basis in Cusco, terwijl Athualpa regeerde in het noordelijke deel van het incarijk.

Wat volgde was een langdurige burgeroorlog. Het was een bloederige strijd met veel slachtoffers. Uiteindelijk won Athualpa de strijd in 1532. Dit burgeroorlog zorgde wel van ondermijning van de de loyaliteit van de culturen, die de inca’s tot hun onderdanen hadden gemaakt. Uiteindelijk maakten de Spanjaarden hier goed gebruik van.

Verovering door de Spanjaarden en de Spaanse overheersing

Spaanse ontdekkingen

In 1492 ontdekte Columbus de nieuwe wereld. Al snel volgden meer Spanjaarden. Zij wilden de nieuwe wereld ontdekken en veroveren. Nadat de Spanjaarden de Azteken en Mayas hadden verslagen in Centraal Amerika richtte men zich op Zuid Amerika.

Als eerste ging Pascual de Andagoya met een boot richting het huidige Ecuador. Dit gebeurde in 1522. Dit was nog met weinig succes. In 1524 deed Francisco Pizarro hetzelfde.

Francisco Pizarro, historisch persoon in de Peru geschiedenis

Op zich had hij in eerste instantie evenveel succes als zijn voorganger Pascual de Andagoya. Na wat kleine gevechten met de inca’s was hij door de hoeveelheid gewonden genoodzaakt om zich terug te trekken. Hij gaf echter niet op.

Twee jaar later in 1526 begon hij een nieuwe expeditie. Deze expeditie duurde langer en was een groter succes. In 1528 kwam hij namelijk aan in Tumbes, nu een stad in het noorden van Peru. Destijds was het een nederzetting van het incarijk. In tegenstelling tot de eerste keer werd hij nu vriendelijk ontvangen. Hij kreeg eten en drinken aangeboden. Wat hem echter het meest opviel was de grote hoeveelheid gouden en zilveren objecten, die er waren.

Fransisco Pizarro wist dat op dat moment hij te weinig slagkracht had om het incarijk te veroveren. Daarom ging hij zo snel mogelijk terug naar Spanje. Daar kon aan hij aan het Spaanse hof vragen om versterking. En die kreeg hij.

Verovering van het incarijk

In september 1532 keerde hij terug met veel wapens en slaven. Daarnaast had hij 168 getrainde soldaten bij hem. Toen Fransisco Pizarro terug was in Tumbes kwam hij er snel achter dat het incarijk niet op zijn sterkst was. Dit had twee redenen.

Ten eerste hadden de Europeanen voor de inca’s exotische ziekten meegenomen, zoals de pokken. Net als Huayna Cápac overleden veel mensen aan deze Europese ziekten. Daarnaast heerste er grote onvrede bij de bevolking over de jarenlange burgeroorlog tussen Athualpa en Huáscar. De burgeroorlog was pas 5 maanden voor de terugkomst van Fransisco Pizarro beëindigd. Het incarijk was hier nog zeker niet van hersteld.

Fransisco Pizarro hoorde van de lokale bevolking dat de overwinnaar van de burgeroorlog Athualpa op weg was vanuit het noorden naar Cusco en dat hij tijdelijk verbleef in de plaats Cajamarca. Met de list dat Fransisco Pizarro kwam om vriendschap tussen de beide koninkrijken te sluiten kon hij een afspraak maken met Athualpa in Cajamarca.

Francisco Pizarro hield zich niet aan de afspraak en deed een verrassingsaanval op de inca koning. Bij de verrassingsaanval kwamen veel inca’s om. De harnassen en wapens van de Spanjaarden waren superieur aan de wapens van de inca’s. Zo konden ze ondanks hun minderheid makkelijk de slag winnen. Athualpa werd tijdens deze aanval gevangen genomen.

Grootste som losgeld ooit

Athualpa wist dat Fransisco Pizarro van goud hield. Bovendien wilde hij vrij zijn. Daarom probeerde Athualpa een deal te maken. Hij zou voor een kamer vol met goud zorgen met als tegenprestatie dat hij zou worden vrijgelaten. Natuurlijk ging Fransisco Pizarro daarmee akkoord. Hij wilde zoveel mogelijk goud hebben.

Goud uit Peru

Vanuit het hele incarijk werd goud over de goede wegen naar Cajamarca vervoerd. De kamer werd inderdaad helemaal vol geladen met goud. Dit was echter niet genoeg voor Fransisco Pizarro. Acht maanden nadat Athualpa gevangen was genomen werd hij ter dood veroordeeld. Athualpa overleed in 1533.

Daarmee overleed de laatste inca, die koning was van het hele incarijk. Zijn kinderen en volgelingen verzetten zich tegen de Spaanse overheersing, maar zij konden weinig potten breken tegen de veel beter uitgeruste Spanjaarden.

De kolonisatie

De rest van de verovering van het incarijk ging snel. Vele tempels van de inca’s werden afgebroken. Vaak werden op de fundamenten nieuwe gebouwen gebouwd. Een voorbeeld hiervan is Qorikancha in Cusco. Dat is zeker de moeite waard om te bezoeken.

Voor de Spanjaarden had de hoofdstad van het incarijk, Cusco, weinig waarde. Het lag namelijk niet bij de zee. En ze hadden wel een haven nodig om de goederen uit deze nieuwe kolonie te vervoeren naar Spanje. Daarom vestigde Fransisco Pizarro een stad aan de westkust van het huidige Peru. Dit was Lima. Dit gebeurde op 6 januari 1535. Daarom wordt de stad ook wel Stad van de koningen genoemd. Dat is de naar de naam van de feestdag van de vestigingsdag.

De overheersing van de Spanjaarden ging met veel geweld. Er zijn inschattingen dat van de 10 miljoen mensen uit het incarijk nog maar 600.000 overbleven door het geweld en de ziekten die de Spanjaarden meenamen.

Laatste stuiptrekkingen van de inca’s

Ondanks dat probeerde de inca’s te strijden voor hun vrijheid. Manco Inca werkte eerst samen met de Spanjaarden. Hij was een halfbroer van Athualpa. Later bond hij toch de strijd aan met de Spanjaarden. Zijn doel was om Cusco te heroveren. Dit probeerde hij met een belegering in 1536. Dit mislukte en hij moest zich terugtrekken in Vilcabama. Vilcabama wordt gezien als de laatste nederzetting van de inca’s. Manco Inca werd in 1544 door de Spanjaarden doodgestoken.

Voor een aantal decennia leefden de inca’s in deze laatste nederzetting naast de Spanjaarden. Echter werd uiteindelijk een premie op het hoofd van de laatste inca leider gezet. Dit leidde tot de gevangenneming van de laatste inca koning. Dit was Túpac Amaru, de zoon van Manco Inca. Hij werd na een korte rechtzaak veroordeeld en onthoofd in Cusco in 1572. Hiermee eindigde het tijdperk van de inca’s officieel.

Einde Fransisco Pizarro

Tussen de Spanjaarden onderling was het ook niet allemaal koek en ei. Ze zaten ver van het hof in Spanje. Er gold dus eigenlijk het recht van de sterkste. Fransisco Pizarro probeerde de kolonie te leiden, maar ook andere mannen wilden hun deel van het goud en de macht. Eén daarvan was Diego de Almagro. Nadat hij Cusco probeerde over te nemen, werd hij echter ter dood veroordeeld. Dat was in 1538.

Dit leidde wel het einde in van Fransisco Pizarro. Volgelingen van Diego de Almagro waren het namelijk niet eens met de ter dood veroordeling van hun leider. Daarom vermoordden zij Fransisco Pizarro in 1541 in Lima.

Controle van Spanje

Om de controle terug te krijgen stuurde het Spaanse hof een nieuwe bestuurder uit Spanje. Dit was Fransisco de Toledo. Onder zijn bewind kwam er controle over het gebied. Alleen mannen die in Spanje geboren waren konden hoge bestuursfuncties krijgen in Peru. Zij hadden een betere binding dan de mensen die in de kolonie waren geboren.

Onafhankelijkheidsstrijd tot nu in de Peru geschiedenis.

Hang naar onafhankelijkheid

Er kwamen natuurlijk steeds meer mensen bij die in de kolonie waren geboren. Desondanks konden zij geen hoge bestuursfunctie bemachtigen. Ook moesten zij meer belasting betalen dan de in Spanje geboren mensen, die in Peru kwamen wonen. Dit leidde tot frustratie. En in navolging van andere Spaanse kolonies in Zuid Amerika wilden ze ook in Peru onafhankelijk zijn. Dit ontstond in het begin van de 19e eeuw.

Onafhankelijkheidsstrijd in de Peru geschiedenis

Er was in die tijd een onafhankelijkheidsstrijder. Hij kwam uit Argentinië en hij heette José de San Martin. Hij leidde onafhankelijkheidscampagnes in Argentinië en Chili.

José de San Martin, onafhankelijkheidsstrijder

Na die campagnes ging hij door. In 1820 voer hij de haven van Pisco, de stad die ook bekend is om haar drank, binnen. De Spaanse troepen trokken zich terug de Andes in, zodat José de San Martin zonder problemen Lima in kon trekken. Daar riep hij op 28 juli 1821 de onafhankelijkheid uit. Nog steeds wordt op deze dag in Peru de onafhankelijkheidsfeesten gehouden.

De Spaanse soldaten waren echter nog niet verslagen. Ze zaten nog steeds in de omgeving van Lima. José de San Martin had versterking nodig. Daarom had hij in 1822 een afspraak met Simón Bolivar in Ecuador om de strijd in Peru te winnen.

Simón Bolivar kwam uit Venezuela. Hij had de onafhankelijkheidsstrijden aangevoerd in Venezuela, Colombia en Ecuador. Hij had ook een groot eergevoel. Bij de afspraak met José de San Martin gaf hij aan dat hij de eer van de onafhankelijkheidsstrijd van Peru niet wou delen. Daarop trok José de San Martin zich terug.

Op verzoek van de Peruanen werd Simón Bolivar in 1823 dictator van het land. In 1824 waren de laatste veldslagen tegen de Spaanse overheerser. Bij één van die veldslagen werd de Spaanse leider gevangen genomen. In ruil voor zijn vrijlating werd afgesproken Spanje al zijn soldaten zou terugtrekken uit Peru en Bolivia. De laatste van hen vertrokken in januari 1826.

Instabiel Peru

Na de onafhankelijkheidsstrijd was Peru een nieuwe republiek. Er waren veel vragen en veel groepen. Bovendien was er geen gezamenlijke vijand meer. Tussen 1825 en 1841 waren er 24 verschillende regeringen. De macht verschoof vaak. Dit kwam Peru niet ten goede.

Komst welvaart

Door de komst van de nieuwe welvaart veranderde dit. Peru is vol mineralen. Echter halverwege de 19e eeuw kwam Peru erachter dat ze een enorme bron hadden aan guano, oftewel vogelpoep. Dat werd in die tijd veel gebruikt als mest om grond voedingsrijker te maken. Eén van plaatsen waar guano werd verzameld is Paracas.

Er kwam een stabiele periode onder de leiding van Ramón Castilla. Hij ging verstandig om met de inkomsten van de guano. Echter na zijn dood veranderde dit. De verkeerde mensen kwamen aan de macht. Zij spendeerden de inkomsten niet ten goede van Peru. Dit leidde tot een faillissement van het land in 1874.

Oorlogen met buurlanden

Dit was geen goede uitgangspositie om de exacte grenzen van het land te bepalen. Hoewel Peru onafhankelijk was, waren de grenzen met de buurlanden niet exact bepaald. Vooral met Chili en Bolivia was er een conflict over de Atacama woestijn. Deze woestijn is vol met nitraat, een belangrijke grondstof.

Chili was veel beter voorbereid en ze werden gesteund door Groot Brittannië. Peru verloor de oorlog dan ook kansloos. Chili had zelfs de hoofdstad Lima veroverd. Pas in 1929 kreeg Peru het grondgebied rondom haar meest zuidelijke stad Tacna terug.

Moderne geschiedenis

Vanaf 1929 tot en met 1980 waren er in Peru militaire dictators aan de macht. Dit veranderde in 1980. Echter in datzelfde jaar kwam er een terroristische beweging. Deze heette het Lichtend pad. Met aanslagen probeerde deze groepering verandering te brengen in de situatie in Peru.

De basis van het Lichtend pad was het Maoïsme. Ze wilden gelijke verdeling van alles. Het geweld van deze groep werd met geweld beëindigd door de president Fujimori. Hij was echter ook corrupt. De Peruaanse rechtbank veroordeelde Fujimori voor omkoping. Ondanks zijn vlucht naar Japan belandde hij uiteindelijk in de gevangenis.

De Peru geschiedenis is lang

De geschiedenis van Peru is lang. En hij is zeker de moeite waard. Het is natuurlijk ideaal om dit alles te weten voordat je op reis gaat naar Peru. Nu ken je de belangrijkste momenten uit de geschiedenis van Peru. Hierdoor zal je, wanneer je een historisch gebouw of monument in Peru bezoekt, het meer beleven.